TERRORISTEN TEGEN TERRORISTEN

Alex Veldhof

Het is elf september. Plotseling scheert een vliegtuig laag over de stad; mensen schreeuwen, er vallen talloze doden, er wordt een verschrikkelijke ravage aangericht. Zoals spoedig bleek zaten de bedrijvers van deze barbaarse terreur ver weg. Ja, in Afghanistan, zegt u. Dat zegt u omdat u het laatste half jaar op een verschrikkelijke manier bent gehersenspoeld door radio, televisie en de pers, die stuk voor stuk pretenderen objectief te zijn, maar in feite vrijwel eenzijdig nieuws, propaganda dus, presenteren.

We zijn allemaal gehersenspoeld, de een meer dan de ander, hoezeer we wellicht geleerd hebben op onze hoede te zijn. Maar u bent toch nog niet voldoende op uw hoede geweest; u hebt zich toch nog teveel door de propaganda laten meeslepen door te denken dat in deze wereld de bedrijvers van terreur per se mohammedanen, Arabieren, Afghanen, Irakezen, enz. zijn. Het verschrikkelijke voorval dat ik u beschreef speelde zich niet af op 11 september van het vorige jaar, maar op 11 september 1973. En de terroristen zaten niet in Afghanistan, maar in Washington, in het Witte Huis. Het was een aantal heren in het Witte Huis, onder leiding van Henri Kissinger dat had besloten dat de regering van Allende moest worden geëlimineerd. De politieke moord werd daarbij bij voorbaat niet geschuwd.

Allende werd dus uit de weg geruimd en niet alleen Allende.

De 21e april 1986 is nog zo'n datum waarop het internationale terrorisme toesloeg. Ik herinner mij die dag nog zo goed omdat ik toen nog als medewerker van de Partij van de Arbeid in de Tweede Kamer werkte.

Op die 21e april voerden Amerikaanse bommenwerpers op bevel van Ronald Reagan een luchtaanval uit op twee Libische steden, Benghasi en Tripoli. Waarom? Omdat er in Berlijn twee Amerikaanse militairen waren gedood. Meer dan 3oo mensen vonden de dood en wat misschien het ergste is bij deze terreuraanval is dat Reagan bevel gaf de familie van Gadaffi uit te roeien. Een aangenomen dochter van hem werd gedood. Een vergelding die in flagrante strijd is met het internationale recht. Van Vietnam herinneren we ons dat ook nadat Amerika zich had teruggetrokken een paar dode Amerikanen aanzienlijk belangrijker waren dan het leven van duizenden Vietnamezen. Hoewel Reagan het ontkende bracht een onderzoek van 150 Amerikaanse journalisten aan het licht dat de moord wel degelijk was gepland.

Dat Bin Laden schuldig is aan de moord op meer dan 3000 mensen in New York moet nog worden bewezen. Dat Reagan schuldig is aan de moord op meer dan 300 mensen in Libië is reeds bewezen; hij gaf namelijk zelf het bevel. Bovendien heeft deze president meer dan 50.000 doden in Nicaragua op zijn geweten als gevolg van de onwettige interventie in een onafhankelijk land. Op Bin Laden wordt nu jacht gemaakt door hetzelfde regiem dat nog steeds onderdak verleent aan lieden als Reagan, Kissinger en de talloze huurmoordenaars waarvan de Amerikaanse regering gebruikt heeft gemaakt voor moordaanslagen of pogingen daartoe op buitenlandse staatshoofden, waaronder Lumumba en Castro.

Waarom, als onze regeringen in het zogenaamde "vrije westen", het hebben over internationaal terrorisme, komt bovengenoemd terrorisme nooit aan de orde? Omdat wij in het westen het begrip terrorisme en internationaal terrorisme zeer selectief hanteren. Onze agressies zijn vredesoperaties; de psychologische propaganda staat immers voor niets. Wij voeren slechts acties uit of eventueel een vergelding. De vergelding van onze tegenstanders mag geen vergelding heten, het is terrorisme, evenals hun acties altijd terreuracties zijn.

Zoals de Israeliër Uri Avneri enkele maanden geleden in Amsterdam zei: voor alle partijen in deze wereld, en hij zonderde zijn eigen land daarbij niet uit, geldt dat de terroristen altijd bij de tegenstander zitten. Enige reflectie over de begrippen terreur en geweld schijnen niet aan de orde te mogen komen. Dat verstoort het beeld dat de propaganda ons voorspiegelt. Wie zich van de propagandistische waarden van de begrippen terrorisme en terreur bewust zijn, zijn de Amerikanen David Barash en Charles Webel van de University of California
in Berkely, die voorstellen om de woorden 'terrorisme' en 'terreur' tussen aanhalingstekens te zetten, omdat "Amerikanen er mee gediend zouden zijn indien zij wat meer begrip zouden krijgen voor de geschiedenis en voor kulturele verschillen".

De Amerikaan Ted Gur geeft in zijn boek "Why men rebel' een definitie van politiek geweld dat volgens zijn definitie gemeenschappelijke aanvallen op belangrijke politieke figuren, in het bijzonder agenten van de staat omvat. Terecht, mijns inziens, merkt Charles Tilly op dat een belangrijke categorie politiek geweld, namelijk het geweld gepleegd door agenten van de staat, niet aan bod komt. Het merendeel van de moorden, zo zegt Tilly, wordt gepleegd door militairen, politie en andere gespecialiseerde repressieve strijdkrachten. Iets dergelijks doet zich voor bij de definitie van terreur. Wellicht juister is het om niet te spreken van een probleem dat zich voordoet, maar te stellen, zoals Edward Herman doet, dat het politieke westen met opzet het terrorisme zo definieert dat het eigen geweld altijd buiten de zelfgekozen definitie van terrorisme valt. Een andere houding is ook moeilijk aan te nemen, wil men de illusie hooghouden dat de eigen interventies slechts de vrede en veiligheid dienende exercities zijn. De VS hebben zich in de laatste honderd jaar als geen andere natie beziggehouden met interventies ter ondersteuning van hun buitenlandse politiek.

Steun aan contrarevolutionaire bewegingen is een normale gedragslijn geworden voor de Amerikaanse regering wanneer de heersende bourgeoisie, die met de Amerikaanse belangen is gelieerd, door binnenlandse krachten wordt bedreigd. Deze interventies hebben aan honderdduizenden het leven gekost. In Guatemala en Honduras zijn honderdduizenden afgeslacht door terroristen die hun opleiding hebben gehad in de trainingskampen van de CIA in Texas, afgeslacht dus door dezelfde regering die meent kruisraketten te moeten afvuren op trainingskampen van de Taliban. Voor de regering in Washington zijn die honderdduizenden slachtoffers ongetwijfeld de prijs waard, zoals een half miljoen dode kinderen in Irak, als gevolg van de sancties de prijs waard waren, naar Madelain Albright tijdens een berucht geworden interview in het programma 60 minutes aan Leslie Hall liet weten. We mogen er naar gissen of Bin Laden de meer dan 3000 slachtoffers in New York de prijs waard vond.

Om u te schetsen wat ons boven het hoofd kan hangen wil ik U wijzen op een onthullende brief die vorig jaar verscheen in de Blätter für deutsche und internationale Politik (2001, 9, page 1059, 1060) Het was de kopie van een brief aan de minister-president van Duitsland, Gerhard Schröder en geschreven door Willy Wimmer, lid van de Duitse Bondsdag voor de Christen Demokratische Union en lid van de Parlementaire Vereniging van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa.

De briefschrijver refereert aan een conferentie die plaatsvond in de Slowaakse hoofdstad Bratislava, die was georganiseerd door het ministerie van buitenlandse zaken van de VS en het American Enterprise Institute (het instituut voor de buitenlandse politiek van de Republikeinse Partij). De onderwerpen waren de Balkan en de uitbreiding van de NATO. Talrijke minister-presidenten en ministers van buitenlandse zaken uit de regio waren aanwezig. Wat daar gepropageerd werd was schokkend. Ik citeer Wimmer.

"De conferentie eiste een spoedige volkenrechterlijke erkenning van Kosovo. De Bondsrepubliek Jugoslavië moet buiten iedere rechtsorde en vooral buiten de slotakte van Helsinki blijven. De Europese rechtsorde is een hinderpaal voor de NATO. De Amerikaanse rechtsorde is daarom beter geschikt voor Europa. De oorlog tegen Jugoslavië is gevoerd om een foute beslissing van generaal Eisenhower in de tweede wereldoorlog te herzien. Daarom is deze foute beslissing onlangs gecorrigeerd. De Europeanen kunnen legalistisch redeneren dat het bij de oorlog tegen Jugoslavië, die buiten het verdragsgebied plaatsvond, om een uitzondering gaat, het is echter duidelijk dat het een precedent is waarop men zich te allen tijde kan en ook zal beroepen. De ruimte tussen de Oostzee en Anatolië moet door de NATO zo worden opgevuld zoals het tijdens het hoogtepunt van het Romeinse Rijk het geval was. Servië moet op den duur buiten de Europese ontwikkeling worden gehouden ten behoeve van de veiligheid van de aanwezige Amerikaanse militairen."

Na deze indruk van de conferentie te hebben gegeven besluit Wimmer zijn brief met de volgende constatering. Ik citeer:

"De Amerikaanse zijde schijnt in de context en voor het doordrijven van haar doeleinden bewust de, als resultaat van twee wereldoorlogen ontwikkelde, rechtsorde te willen uithollen. Macht moet voor recht gaan. Waar het internationale recht in de weg staat wordt het geliquideerd. Toen een soortgelijke ontwikkeling de Volkenbond trof was de tweede wereldoorlog niet meer ver weg. Een wijze van denken die het eigenbelang zo absoluut stelt kan niet anders dan totalitair worden genoemd." Einde citaat.

Dit is niet geschreven door een linkse extremist (want zoals u weet is een ieder die niet voor ons is tegen ons en dus een extremist) maar het is geschreven door een parlementariër van de CDU.

Deze conferentie die pleit voor de Amerikaanse rechtsorde die Europa opgedrongen zou moeten worden, want daar komt het op neer, geeft helaas een beeld dat langzaam in Europa schijnt op te doemen. Immers, de gebeurtenissen van de 11e september 2001 worden in vele landen aangegrepen om over te gaan tot maat regelen die onverenigbaar zijn met de rechtsorde die tot dan toe had gegolden.

Het gevaarlijke virus dat het internationale recht heeft aangetast breidt zich uit naar het nationale recht, niet alleen in de Verenigde Staten, maar in talloze landen. De propaganda, de eenzijdige voorlichting, de falsificaties in onze media, helpen daarbij een handje.In Nederland werden Marokkaanse jongeren die begrip hadden voor de aanvallen van de 11e september door een minister uitgenodigd voor een gesprek. Maar het aanzienlijk grotere aantal Nederlanders dat volgens enquetes instemming betuigde met de Amerikaanse agressie tegen Afghanistan, waarvoor geen enkel mandaat van de Veiligheidsraad bestond, in tegenstelling tot wat de propaganda ons wil doen geloven, die Nederlanders worden met rust gelaten.
-
Alles wordt nog wranger indien men bedenkt dat onze minister van buitenlandse zaken enkele jaren geleden zijn volledige instemming betuigde met de Amerikaanse terreuraanval met kruisraketten op Soedan en Afghanistan, hetgeen alle verontwaardiging over het terrorisme van de Taliban tot hypocrisie reduceert. Onnodig te zeggen dat deze minister evenmin door zijn collega werd uitgenodigd voor een gesprek. Het past in het beeld: agressie en terreur van de tegenstander moeten bestreden worden, maar onze agressie en onze terreur zijn heilig; ze dienen het welzijn van deze wereld.

Ik dacht dat het hebben van antipathieën en sympathieën in mijn land niet strafbaar was, behalve tijdens de Nazi-bezetting, maar onlangs werd een politieagente gesuspendeerd uit de dienst, omdat zij weigerde na 11 september drie minuten stilte in acht te nemen. Gelukkig is de politie gedwongen haar weer in dienst te nemen. Maar zij werd wel op een andere afdeling geplaatst, omdat 'de' werkverhouding verstoord was'. Dit is in feite victimizing the victim door collega's die gehersenspoelde geestelijke warhoofden blijken te zijn, zo niet erger. Dit alles vindt plaats binnen een politieapparaat dat geacht wordt de wet te handhaven.

Een directeur van een gymnasium in Amsterdam kwam in de krant omdat hij weigerde zijn leerlingen drie minuten stilte voor te schrijven. Ik moet nog zien, zo was zijn reactie, dat als straks de bommen in Afghanistan vallen er drie minuten stilte wordt gehouden. Die drie minuten stilte kwam er dus inderdaad niet, hoewel de Amerikanen en hun bondgenoten (hun client-states, om met Chomsky te spreken) tot nog toe meer slachtoffers in Afghanistan hebben gemaakt dan de Taliban in Amerika. In Groot Brittannië zijn sinds 11 september van vorig jaar anti terreurwetten aangenomen waarvan de advocate Garreth Peirth zei dat ze op juridisch gebied een dictator niet zouden misstaan. Welnu, naar ik van diverse Labour MP's heb vernomen gedraagt Tony Blair zich ook als een dictator. Ook hij laat, evenmin als Clinton en Bush, zich iets gelegen liggen aan het internationale recht en gaat door met bombardementen op Irak en sluit zich aan bij de oorlog tegen Afghanistan.

Plus royaliste que le roi schijnt hij Bush te willen overtroeven. Als makke schapen stemmen Labour MP's (gelukkig niet allen) voor zijn wetten. Ondertussen wordt de telefoon van het lid van het Hogerhuis, Lord Ahmed of Rotherham afgeluisterd. Labour MP Brian Iddin liet onlangs weten dat er sinds de invoering van de wet al acht mensen achter de tralies zijn gezet, waarbij niemand weet voor hoe lang. Spottend merkte hij op dat alle back benchers zouden moeten worden afgeluisterd want 'dan luisteren ze tenminste naar ons'. In Washington moest een vrouwelijk lid van het parlement onder politiebescherming naar huis worden gebracht omdat ze in het land van 'de vrijheid zelve', het gewaagd had tegen de nieuwe anti terroristen voorstellen van Bush te stemmen. De jacht op de verspreiders (of vermeende verspreiders) van het anthrax virus voert de hypocriete spanning nog verder op. Waarom hypocriet? Ik vertel U een sprookje.

De tovenaar en zijn leerlingen.

We laten het verhaal beginnen in 1967.

Om de Vietcong uit te roeien, alsmede de bevolking die de Vietcong ondersteunde, waren fragmentatiebommen en napalm niet voldoende, zo vond het Amerikaanse leger. Sterkere chemische en bacteriologische wapens moesten worden gebruikt. Bossen werden ontbladerd, rijstvelden van boeren werden vergiftigd. Het gif kregen zij niet per brief, zoals u misschien zult denken, maar vanuit de lucht. Dus toch nog een soort luchtpost. Speciale vliegtuigen van de luchtmacht van de VS vernietigden (door vergiftiging) ongeveer een miljoen hectare vruchtbaar land. Tienduizenden Vietnamezen werden invalide voor het leven.

De productie van chemische en biologische wapens bereikte een hoogpunt in 1967. Grote sommen gelds werden uitgegeven voor de productie van stoffen die zeer gevaarlijke ziektes zoals gele koorts, dysenterie, pest. Zij zouden gebruikt moeten worden in een later stadium van de oorlog. Acht duizend Amerikaanse wetenschappers, waarvan 17 de Nobelprijs hadden gekregen, vonden de gevaren zo acuut dat zij een beroep op president Johnson deden om de productie van chemische en bacteriologische wapens te stoppen.

De president weigerde.

In maart 1967 kreeg de president een extra 12 miljard dollars van het congres voor de uitbreiding van de oorlog in Vietnam. De leerlingen zijn nu volwassen, de wijze lessen van hun meester, de tovenaar, hebben ze niet meer nodig. De leerlingen kunnen zeggen: 'wij waren niet de eerste bioterroristen in de wereld'

Onlangs had ik in Philadelphia een gesprek met Edward Herman, die ik u al eerder noemde. Herman is een expert op het gebied van terrorisme en heeft vele publicaties op zijn naam, onder ander samen met Noam Chomsky. Hij herinnerde mij eraan dat Chomsky en hij reeds meer dan twintig jaar geleden de Verenigde Staten ''the major terrorist country in the world' noemde. Chomsky spreekt dan ook over zijn regering als 'the gangsters in the White House'. Wie enigszins met de geschiedenis van het terrorisme op de hoogte is, zal moeten toegeven dat Chomsky gelijk heeft. "Als we denken aan misdaden tegen de menselijkheid", zo zei Michael Tigar, hoogleraar in de rechtsgeleerdheid aan de University of Washington, "moeten we bedenken dat regeringen en met regeringen verbonden groepen de gevaarlijkste criminelen zijn. Zij hebben de meeste macht om schade te berokkenen en de grootste kans om in herhaling te vervallen. Het terrorisme dat door de staat wordt ondersteund is de gevaarlijkste soort, in het bijzonder als het zich als gerechtigheid vermomt", aldus Tigar tijdens een bijeenkomst in Washington, oktober vorig jaar.

Herman heeft er vroeger reeds op gewezen dat overwegingen van mensenrechten voor de Amerikaanse regering steeds in de laatste plaats komen. Het zijn de business criteria en militaire overwegingen die bepalend zijn voor de steun aan of vijandigheid ten opzicht van een bepaald regiem. Sinds 1945 is politiek geweld onder bescherming van de VS enorm gegroeid.

Barrington Moore jr. heeft er in 1966, tijdens de koude oorlog, op gewezen dat tot dan communistische repressie hoofdzakelijk beperkt bleef tot de eigen bevolking, terwijl de liberale repressie, zowel onder het vroegere liberalisme als tegenwoordig tegen revolutionaire bewegingen in achtergebleven gebieden, overwegend naar buitengericht is geweest, naar andere volkeren dus, aldus Barrington Moore. De economische belangen van het kapitalisme, de business criteria waarover Herman spreekt, vereisen een wereldwijd net van bases, om die belangen veilig te stellen. Het jongste voorbeeld daarvan is Afghanistan.

Unocal, een consortium uit California, dat plannen had voor een transportleiding voor gas door Afghanistan, trok zich in 1998 uit de onderhandelingen terug na jarenlange vruchteloze onderhandelingen. Het trok zich terug na de aanval met kruisraketten die Clinton op trainingskampen van Bin Laden had bevolen. Unocal deelde mee dat het zou wachten totdat er vrede en stabiliteit in Afghanistan zou zijn en een door de regering van de VS erkende regering. Met die wollige taal bedoelde Unocal te zeggen dat de Amerikanen de lakens in Afghanistan zouden moeten uitdelen. Die gelegenheid doet zich nu wellicht voor. Gesloten gemeenschappen zoals de Afghaanse moeten worden uitgeroeid, want zij zijn een hinderpaal op weg naar de globalisering. Indien dat niet op vreedzame manier kan geschieden, desnoods met omkoping, dan maar met geweld.

Indien het de CIA niet lukt ergens ter wereld een interne revolutie te ontketen, dan heeft Washington altijd wel een aantal bommenwerpers klaar staan. Daarom kwam de terreuraanval op New York voor het regiem in Washington als 'gefundenes Fressen', zoals de Duitsers zeggen, als een buitenkansje. Het bespaarde de propagandisten in Washington een hoop werk. De aanval op Afghanistan behoefde geen uitgebreide verklaring meer. Bondiger dan Noam Chomsky het in de jaren negentig uitdrukte, is het nauwelijks uit te drukken: "The US is a terrorist state by right. That is unchallengeable doctrine."

De beschuldigingen en oordelen van Chomsky en Herman zijn niet gebaseerd op zogenaamde feiten met een dubieus waarheidsgehalte, zoals die zo vaak, vooral de laatste tijd, worden gelanceerd door de regering van de Verenigde Staten en gretig worden overgenomen door regeringen als die van Groot Brittanie en het spijt me het te moeten zeggen, die van Nederland, die in Washington te boek schijnt te staan als de trouwste bondgenoot (lees satelliet) van de Verenigde Staten.

Wie vindt dat het liquideren van staatshoofden van vreemde mogendheden niet gerangschikt kan worden onder gangstermethodes, mag ik vragen of zij een vriendelijker woord hebben voor de politieke moord en wie vindt dat het regiem in Washington ten onrechte van agressie en terrorisme wordt beschuldigd omdat het in puin gooien van televisiestudio's en andere gebouwen in Belgrado, zo fanatiek verdedigd door onze regeringsleiders, het bombarderen van Benghasi en Tripoli, het afvuren van kruisraketten op Afghanistan en Soedan, een paar jaar geleden, geen agressie en terreur is, evenmin als de huidige aanval op Afghanistan, mag ik uitnodigen even te luisteren naar wat de American Code of Conduct zegt over terrorisme.

Een 'daad van terrorisme' is een activiteit die- (A) een daad van geweld inhoudt of een daad die gevaarlijk is voor het menselijk leven en een schending is van de strafwetten van de VS of een andere staat of een daad die strafbaar zou zijn binnen de jurisdictie van de VS of een andere staat; en (B) die bedoeld is om (i) een burgerbevolking te intimideren of in bedwang te houden; (ii) het beleid van een regering te beïnvloeden door intimidatie of dwang; of (iii) het optreden van een regering te beïnvloeden door moord of kidnapping.

Deze Code of Conduct werd in 1984 aangenomen in de tweede zitting van het Amerikaanse Congres. Maar zoals een ieder kan weten lapt de regering in Washington niet alleen het internationale recht aan haar laars, maar ook haar eigen rechtsorde. De laatste zin van deze Code of Conduct : 'Een daad van terrorisme is een activiteit die bedoeld is om het optreden van een regering te beïnvloeden door moord of kidnapping', mag duidelijk zijn voor ons allen, hij is het niet voor de leiders van de 'vrije wereld', die politieke moorden geoorloofd vinden , althans onze politieke moorden, niet de politieke moorden van de Taliban en andere tegenstanders, want die moorden worden onder het terrorisme gerangschikt. Ik zei het u al, onze definities zijn zodanig gefabriceerd dat wij altijd brandschoon zijn. Daarom kan er in het land dat zichzelf de grootste democratie en de vrijheid zelve noemt worden gepraat over de wenselijkheid van de politieke moord.

Om dit te illustreren geef ik u enkele citaten uit een lijvig rapport van 350 bladzijden van de Select Committee uit de US Senate over 'beweerde moordkomplotten op buitenlandse staatshoofden'. In een inleiding zegt de commissie dat 'de commissie bewijzen heeft dat ambtenaren van de regering het instellen binnen de CIA van een algemeen vermogen tot moord, besproken en wellicht goedgekeurd hebben'. Zij die zichzelf beschouwen als de leiders van de vrije wereld vinden het dus heel normaal, zo blijkt uit het rapport, om erover te praten of zij hun inlichtingendienst zullen voorzien van een paar moordenaars, die in een verhullend taalgebruik worden omschreven als 'generalized assassination capability'.

In een persoonlijk nawoord schrijft senator Barry Goldwater dat "de commissie bewijzen heeft dat een 'hogere autoriteit' dan de CIA bevel gaf met alle mogelijke middelen wijlen de Afrikaanse leider Patrice Lumumba uit de weg te ruimen". Op 17 januari 1961 werd Lumumba in Katanga vermoord. De opdrachtgever, zo weten we nu met vrij grote zekerheid, ook uit dit rapport, was generaal Eisenhower, de toenmalige president. De meeste Amerikaanse presidenten zijn oorlogsmisdadigers, zei Chomsky reeds in een van zijn boeken.

Verder schrijft Goldwater:

"De speciale commissie heeft uitvoerige bewijzen gekregen dat minister van justitie Robert Kennedy wist van de pogingen tot moord op Fidel Castro, voordat, tijdens en nadat zij plaatshadden.

Toen de commissie besloot tot onderzoek naar moorden, waarschuwde ik de commissie dat de betrokkenheid van de president zeker was. Bovendien maakten ik mij zorgen dat het bureau van de president schade zou worden berokkend hetgeen de lasteraars en vijanden van ons land zou bemoedigen".

Tot zover Barry Goldwater, die het blijkbaar belangrijker vindt dat zijn president de buitenwereld een onbevlekt blazoen kan tonen, dan dat hij zich bekommert om de dodelijke slachtoffers die diezelfde president op zijn geweten heeft.

Trouwens, de moraal van vele lieden die uit het rapport naar voren komt is dat moord niet zo erg is, als onze vijanden het maar niet te weten komen, hoewel enkelen, het dient gezegd, de politieke moord niet met hun geweten kunnen verenigen. Degene die voor een politieke moord zijn hand niet omdraait is de huidige Amerikaanse minister van defensie Rumsfeld, die onlangs in een interview liet weten dat het het beste zou zijn indien Bin Laden werd gedood. Eigenlijk was het niet politiek correct, zo voegde hij er geruststellend , aan toe, maar het zou wel het beste zijn. Ik bespaar u verdere details uit het rapport van de commissie, waaruit ik een en ander heb geciteerd om u te laten beseffen met wat voor bondgenoot wij de strijd voor vrede en gerechtigheid voeren.

Ik krijg vaak het verwijt dat ik anti-Amerikaans ben. Ik beschouw het niet als een verwijt; ik zou het mezelf kwalijk nemen als ik het niet was. Ik ben anti-Amerikaans in die zin dat ik ben tegen het establishment in Washington, waaraan een Amerikaan als Chomsky refereert als 'de gangsters in het Witte Huis'. Ik ben tegen die politici in deze wereld die menen dat zij meer rechten hebben dan anderen; ik ben tegen die lieden in deze wereld die menen dat zij overal ter wereld met hun bommenwerpers mogen toeslaan, maar dat de slachtoffers niet het recht hebben terug te slaan; ik ben tegen die lieden die menen dat zij overal ter wereld landen mogen overvallen en hun leiders ontvoeren en dat zij met hun jachtvliegtuigen het recht hebben andere vliegtuigen te kapen; ik ben tegen die lieden die hun zucht naar wereldwijde hegemonie de ene keer als een strijd tegen het communisme en een andere keer als een strijd tegen het terrorisme presenteren en daarbij de levens van honderdduizenden opofferen.

In die zin ben ik anti-Amerikaans; maar ik sta aan de kant van die Amerikanen die trachten van hun land een fatsoenlijk land te maken. Daarom sta ik aan de kant, van Noam Chomsky, emeritus hoogleraar in de taalwetenschap aan het MIT, die zijn leven lang vocht tegen de agressie en terreur waarmee het Amerikaanse regiem de wereld herhaaldelijk confronteert en aan de kant van emeritus hoogleraar Edward Herman van de universiteit van Pennsylvania; aan de kant van Richard Falk van Princeton University (internationale betrekkingen) die al jaren geleden schreef dat in zijn land het gebruik van geweld en terreur in de internationale politiek wordt beoordeeld volgens de criteria van effectiviteit en kosten en niet volgens de normen die voortvloeien uit overwegingen van recht, moraal, religie en culturele waarden, zoals een fatsoenlijk land zou moeten doen. Ik sta aan de kant van die New Yorkse vrouw, Judy Keane, die haar echtgenoot verloor toen de gebouwen van het WT Centrum instortten, maar die geen vergelding wilde, want, zoals zij tegen een verslaggever van de Washington Post zei; "De aanslag op het World Trade Centre was een vergelding voor iets anders, en dat was de vergelding voor iets anders. Gaan we hier mee door tot in eeuwigheid?" Judy Keane heeft meer hersenen dan George Bush.

En ik sta natuurlijk ook aan de kant van mijn vrienden van het Institute for Policy Studies in Washington, die de leugenachtige propaganda van hun regering als sinds jaren te lijf gaan en in hun land demonstreren tegen de kapitalistische globalisering waarvan Wereldbank en IMF de steunpilaren zijn.

Vorig jaar was ik als gast van het Institute for Policy Studies aanwezig bij de herdenking van de moord in Washington, 25 jaar daarvoor, op Orlando Letelier, de vroegere ambasasadeur van Chili in Washington en minister van buitenlandse zaken. Hij werd vermoord door de geheime dienst van Chili in samenwerking met de CIA, zoals duidelijk wordt uit de besprekingen die Kissinger had met diverse functionarissen, zoals beschreven in het eerder genoemde rapport van de senaatscommissie.

Een van de sprekers tijdens de bijeenkomst was Michael Tigar, ik noemde hem al eerder. Tigar, advocaat en hoogleraar rechtsgeleerdheid aan de American University in Washington, bereidt een strafprocedure voor tegen Kissinger, die hij verantwoordelijk houdt voor de moord op Allende en de terreur tegen het Chileense volk. "De bestrijding van terrorisme", aldus Tigar, "betekent de door de staat betaalde terroristen beroven van hun straffeloosheid en hen de gerechte straf doen ondergaan--Pinochet en ja, Kissinger. De bestrijding van het terrorisme betekent een licht laten schijnen in de donkerste hoeken van het menselijk bestaan, en de mensen van de gehele wereld een echte belofte van mensenrechten verschaffen, zodat wanhopige mannen en vrouwen niet gedwongen zijn leiders te volgen wier enige boodschap vergelding is."

Tot zover Michael Tigar, die ons een ander en een objectiever beeld van het terrorisme geeft dan dat ons dagelijks door de propaganda wordt voorgehouden. Het terrorisme moet worden bestreden, dat beweren zowel terroristen als anti terroristen, wie het ook mogen zijn. Onze leiders in Europa zouden moeten luisteren naar die Amerikanen die een ieder, ook ons Europeanen, oproepen onze stem te verheffen tegen de warmongers van vandaag, die menen terrorisme met terrorisme te moeten bestrijden. Zolang vanuit het grootste terroristische netwerk ter wereld achter de schrijftafels honderdduizenden mensen worden uitgeroeid, zolang wij in het westen deze grote terroristen blijven steunen, zolang zullen de kleine terroristen niet ophouden.

Chomsky hoorde ik het in Pakistan nog korter zeggen: "De beste manier om het terrorisme te bestrijden is er niet aan deel te nemen".

Alex Veldhof (Nederlad)
boesvel@planet.nl